ONDERSTAANDE GEDICHTEN DIE IN DE PRIJZEN ZIJN GEVALLEN OF GENOMINEERD ZIJN BIJ DE GEDICHTENWEDSTRIJD ’MIJN MOOISTE PLEK IN DE DRECHTSTEDEN’ KUN JE GEBRUKEN OM EEN COMPOSITIE MEE TE MAKEN.CENTRAAL STATION PAPENDRECHT - BERT VAN DER MEIDEN
De volmaakte rust, een niemandsland volkomen leeg en kaal
Papendrecht Centraal
Het gele spoorwegboekje geeft je geen spoortje van succes
Papendrecht CS
Geen bielzen, geen rails, geen perrons, geen wachtlokaal
Papendrecht Centraal
Hier wachten op de trein is als een eindeloze les
Papendrecht CS
Je vraagt je af: ’wanneer slaat men de eerste paal?’
Papendrecht Centraal
Nog troostelozer dan een alcoholist zijn laatste fles
Papendrecht CS
Voorlopig een ver en virtueel verhaal
Papendrecht Centraal
Het is en blijft een niet bestaand adres
Papendrecht CS
Waar blijft de marmeren hal, de pracht, de praal?
Papendrecht Centraal
Mijn grootste wens blijft onvervuld
Bestaat alleen in mijn gedachten
Wat men noemt het toppunt van geduld
Is in Papendrecht op e trein staan wachten
AAN DE RIVIER - KLAAS BLOKHUIS
kalm stromend naar hun einder
gaan daar de duizenden
kubieke meters water
per sekonde als altijd eendere
nooit dezelfde, ongrijpbare
werkelijkheid aan mij voorbij
later aan de monding
op het verlaten strand
roep ik in gedachten
wie mij ontvallen zijn erbij
de rivier die daar niet meer is
stroomt in mij
ZWIJNDRECHTSE BRUG - CASPER MARKESTEIJN
Enerzijds de steile, stenen trap met goot en uitgesleten treden
waar ik met de fiets maar nauwelijks naar boven kwam.
Eenmaal daar de open leuning die me de moed ontnam
eroverheen te kijken naar de boten die eronder gleden.
Anderzijds de zure, penetrante lucht uit opgeslagen vaten,
een explosief terrein volgens doodshoofdborden langs de kant.
Verder langs de dijk de uitgewoonde schepen aan de rand
van het water. Ze lagen daar verroest vergaan in alle staten.
De stalen brug de doorgang naar een onbekend gebied
waarom men echt en bijna vocht wie er op en over mocht.
Ik kwam erop, ik ging erover, maar kijken durfde ik niet.
Nu is hij kleiner en veel lager, geen ijkpunt in mijn tocht.
Zelfs als de weg zich opent voor een boot,
sta ik stil en kijk, ik ben niet langer als de dood
Categorie jongeren
FLUISTEREND GEBIED - CINDY HUIJGEN - 17 jaar
In het midden van twee kanten, hoor
ik een gedempt gesnik in mijn oor,
boven het klaterende water afkomen.
Door te wiegen, op en neer,
deden open ogen zó zeer
dat ik dacht het te dromen.
“Och,” werd er plots, oprecht
zachter dan geklater gezegd.
Een sprongetje van schrik,
oogleden geschrokken omhoog,
om te zien wie mij bedroog,
dwaalde naar het rimpelen mijn blik.
Het was zomer en windstil
en te wijten aan mijn gil,
de stilte ruw doorbroken.
‘k zei tegen mezelf, benauwd:
Ik ben toch veel te oud
om te geloven in spoken?
Ik had het amper gedacht,
of ik hoorde heel erg zacht:
“Waarom is men toch zo minzaam?”
“Wat is er?” mompelde ik vlug,
fluisterend naar het water terug,
met mijn hoofd uit ‘t raam.
“Ik breng trouw iedereen
dagelijks overal heen
en krijg als dank
bij de mooiste plekken
van Alblasserwaardse stekken
nog geen ‘ah’ of ‘oh’ klank!”
“Ach, lieve schat,”
zei ik, helemaal plat,
handen klappend op mijn schoot,
“het is mooi, dat is zeker
maar een luidruchtige spreker
is verboden op een fluisterboot.”
KLOOSTERTUIN - AMARANTHA GROEN - 18 jaar
Zouden wij al over vroeger mogen spreken
van sentimentele waarden en soortgelijken
dan zou ik hier het hof weer willen maken,
maar mijn hoge schoenen blijven steken
tussen roosterwerken, zij vormen een val voor
wie bij hele vrome vrouwen spiekt en
waar wij ooit nog kamperfoelie
bloemen konden proeven,
pronkt nu iets statischs.
Toch blijft de lucht nog broeien
onder wie onze vaders al jong stonden te ploegen
met gezichten als schilderijen, met zaden die
tot bomen werden -
daar groeit nu een tekening van onbekenden.
DE WITTE VIER - MERIE HARMS - 21 jaar
Ik had nooit gedacht hier te komen
Ik wist niet beter dan
Dat alleen de trein hier kwam
En dat de Oude Maas hier zou stromen
In een van de witte vier
Schuilt een lift
Een niet te negeren drift
Bracht me dan hier
Boven suist de wind in mijn oor
Ze zouden kaartjes moeten verkopen
Maar voor nu ben ik geslopen
langs het spoor
DE WANTIJ DIJK - ILJA KURPERSHOEK - 10 jaar
De dijk, dat is mijn mooiste plek.
De plek waar de schaapjes wonen.
Als ik er ben voel ik me vrij.
Ik zou er altijd willen zijn.
Bij de hazen en konijnen.
Het is er stil en ook zo mooi.
Ik vertel aan de dijk al mijn geheimen.
Niemand die mij storen zal.
Niemand die tegen mij zal zeggen:
weg hier de dijk is niet van jou.
Ik kan hier altijd rustig komen.
Wantij dijk, ik hou van jou.
HET HOEKJE - ILAF MOSLAWY - 12 jaar
Het mooiste zit te wachten
Je ziet het niet met je ogen
Je hoort het niet met je oren
Je moet er in geloven
Het zal je iets moois beloven
Het Hoekje is de mijne
Aan het blauw
Op het grijs
Boven geel dat onder gaat
Het geeft je een gevoel
Het vertelt je een boel
Het is vredig en stil
Het is mijn Hoekje
Precies wat ik wil.
BIBELOT - CHELSEY ARIZA LORA - 10 jaar
Er zijn zangers en gitaristen, drummers en violisten.
Ze treden op in Bibelot go go go.
Ik hoor de zangers zingen, ik zie de mensen springen.
De oordopjes die kunnen uit, want op Bibelot is het beste geluid.
Mijn neef speelt ook wel eens daar, dan speelt hij zang en gitaar.
En Victor op het drumstel, drummen ja dat kan hij wel.
Na het optreden is het drumstel bijna niet heel meer.
En dat gebeurt nou elke keer weer.
Ja Bibelot is mijn mooiste plek,
en dat is dus helemaal niet gek.
PARK - ARIE DE BRUIN
Al vele jaren kinderstemmen
van spelen in het gras
verstoppen in de struiken
en lopen uit de pas
klimmen in de bomen
wat eigenlijk niet mag
indiaantje in je dromen
op klaarlichte dag
in het park verdwalen
want daar is het niet eng
alle paadjes lopen toch
vanzelf weer naar ’t begin.
Eens in de zoveel jaar
komt er een nieuwe wip
een schommel en een klimtouw
of zo’n veertjeskip.
Het paradijs
zou daar voor eeuwig moeten zijn,
midden in de stad:
Park Merwesteijn.
WOLWEVERSHAVEN / GROOTHOOFD - TRUDY GARCIA
De oude pakhuizen op de kaden
neigen met hun hoge gevels
statig richting water
alsof ze elk moment nog
schepen verwachten
uit vroeger dagen
Oost-Indiëvaarders, zwaar beladen
zeilen, vermoeid van de vaart
meer te lossen dan te laden.
Nog huist hier, dichtbij de kruising
van rivier met rivier met rivier
de adem van een gouden eeuw
in kabbelend water, vermengt met
de geur van teer, in de meerpaal
met de eeuwige meeuw.
Hier, één met rivieren en haven
heeft God Dordt geschapen
MERWEDE - WIM JILLEBA
op idyllische plekjes aan stille boorden
waar de stroom langs het land glijdt
vertelt het water in kabbelende woorden
over verre reizen door de tijd
als je luistert, stil met het land
zal het bereisde water je leren
de kunst van het relativeren
KLEINE DINGEN - ELLY MANS-LOS
In de kleine dingen,
schuilt het grote.
Zo is de Alblasserwaard,
genieten
van molens en boten.
Ik hoef niet ver te reizen,
om mijn netvlies te behagen.
Dit landschap wil ik prijzen,
tot aan het eind der dagen.
Het zijn die molens
en die boten.
Ja, in het kleine schuilt het grote.
KOP VAN ’T LAND - HENRY WOLTERINK
Mooie septemberochtend
Naar de overkant
Bij Kop van ‘t Land
Warme zon, harde wind,
Groenvlagend gras, paarsbebloemd
Wie gaat mij voor
Op dauwbedruppeld glinsterspoor?
Mijn lust, mijn lief
Wat is dit groot geheim
Te leven en bij jou te zijn?
Aanmoedigingsprijzen jongeren
DE ROZE BOOM - ABEGAIL STRAAL - 15 jaar
De bloesems vallen als sneeuwvlokjes naar beneden.
Hun taak zit erop, hun plicht is gedaan.
Ze maken plaats, ruimte voor iets nieuws.
De lente, waarin alles weer zo mooi bloeit.
Nieuwe blaadjes, die langzamerhand de takken van
de bomen groen kleuren.
Jonge vogeltjes, die ongeduldig in hun nestje
rondfladderen, wachtend op eten.
De bloesems worden door de wind weggedragen.
Hun klusje is geklaard.
MIJN PLEKJE - DANIELLE KAIJIM - 16 jaar
Het groene gras,
Het zacht kabbelende water,
Schepen varen langs,
Ik lig en kijk,
Ik praat en geniet,
Mijn plekje.
Daar aan de rivier,
Liggend in de zon,
Muziek in mijn oren,
Zingen en dromen,
Lachen en luisteren,
Mijn plekje.
Daar kan ik ontspannen,
Ontsnappen aan dagelijkse dingen,
Nadenken over het verleden,
Praten over het heden,
Dromen over de toekomst,
Mijn plekje.
RACHEL LUIJK - STILLE WATEREN - 16 jaar
stille wateren...
een plas met water
nooit zo bijzonder
als de stilte om je heen
die je pas merkt zodra die verdween
bij toeval ontdekt
een mooie houten steiger
en een omgevallen verdronken boom
een soort verloren weggegooide droom
mijn steiger
is een plaats
waar liefde weer gaat bloeien
zoals bloemen daar groeien
niemand kan die plaats vinden
omdat het zo goed is verscholen
tussen de bomen
en onze dromen
DE DONCK - NAOMI KOK - 12 jaar
In de ochtend ben ik aan het dauwtrappen.
In de rust.
In de stilte.
Kom ik mensen tegen.
’S Middags komen er meer mensen.
Wandelend,fietsend.
Rustig aan het lopen.
En ik………
Ik ben aan het vissen,
Terwijl twee meisjes aan het zwemmen zijn.
Het zijn zeemeerminnen voor de gein.
’S Avonds zoeken de mensen een rustig plekje.
Al kijkend naar de sterren ,bedenk ik hoe mooi deze wereld is!
HET MOOISTE PLEKJE VAN DORDRECHT - SEBASTIAAN HAASNOOT - 11 jaar
Het mooie groene gras,
Met die mooie zwarte rubbertjes,
Altijd in je schoenen en in je haar,
Die mooie hoge goals,
Waar je schoenen zwart worden,
Met die witte shirts,
De zwarte broekjes en sokken,
Het gezellige club gebouw,
Het mooie jeugdhonk,
Altijd vriendelijk tegen elkaar,
Echt heel goed gras,
Ja het heeft een mooie naam,
Namelijk: V.V. Wieldrecht,
De beste voetbalclub,
Maar het mooiste plekje!
DE DIJK BIJ DE WATERKANT - MATTHEW VAN MONTFOORT - 11 jaar
Het Biesbos meer
Als ik in een kano, ga varen op het Biesbos meer.
Denk ik elke keer: Wat is het mooi weer.
De zon schijnt volop en de lucht is hemelsblauw.
Het is niet koud of warm, maar lauw.
Ik hoor de vogels fluiten, wat is het toch lekker buiten.
Een warm briesje blaast in mijn nek, dat voelt een beetje gek.
Het water begint te rimpelen als de vogels komen aan zwemmen, dan bedelen ze om brood. Ze moeten wel eten anders gaan ze dood.
Ik dobber verder in mijn kano en zie het uitgestrekte bos. Ik ruik de bloemen, ik ruik het mos.
Een hele veld boterbloempjes dansen in de wind. Ik zie een moeder picknicken met haar kind.
Daarna roei ik verder totdat ik geen mensen meer kan zien. Alleen de boten en de dieren misschien.
De kleuren en geuren van het bos houden me in zijn macht. Ze geven me energie, ze geven me kracht.
Om lekker te kunnen slapen in de nacht.
Dan droom ik over mijn eigen stekkie, het Biesbos meer mijn plekkie.
SCHUILBOS IN DE BIESBOSCH- WIM JILLEBA
een wijle toevend in het schuilbos van
het wild waan ik mij een kluizenaar
soezerig suizen van duizenden insecten
accentueert de loom makende stilte
vanuit het bos koert een doffer zijn duif
ik hoor van buiten het bos haar antwoord
daardoor ben ik kluizenaar af, beseffend
dat ook buiten het bos het leven lokt
GROOT IS UW TROUW OH HEER
Waar de Graafstroom stroomt
De boeren met hun dieren bezig zijn
Daar ligt het eiland lagerwaard
Als een parel in de zon
De mensen zijn er aardig
Hun gebed komt van achter de pet
In de mooie maand van mei
Zijn ze anders in hun doen
Want die meimaand maakt hen blij
Al die nieuwe kleuren groen
Aan de rand van het riet
Bloeit de lisbloem, geel in schoonheid en pracht.
Alles is in lentetooi
Oh, wat is die meimaand mooi.
Nu gaat de waard ter ruste
Vaag ziet men dan het silhouet van de koeien
En hoort men in de verte ook het loeien
Om een man
Hij hoort haar roep, gaat naar haar toe
Het wonder vindt plaats, het leven slaat toe
Op wat latere tijde
Loopt een nieuw schepsel in de weide
Een ode aan ons eiland
Klein maar toch zo fijn,
Oh, wat is het heerlijk in De Lagerwaard te zijn!
Groot is Uw trouw oh Heer!
Bovenstaand gedicht is van mw. Kroos, 94 jaar en woonachtig in woonzorgcentrum De Blije Borgh in Hendrik Ido Ambacht. Helaas was het veel te laat ingezonden en kon het niet meer meedoen met de gedichtenwedstrijd. Maar we vonden het zo leuk dat ze mee deed dat we het op de website hebben geplaatst. Mw. Kroos zou de oudste deelnemer geweest zijn.
VEERPONT - WIM DE VRIES
Een beetje krom gegeseld door de kou
Het hoofd diep weggetrokken in de schouders
Zo staan ze daar, in honderdtal
Stilzwijgend op de boot
Niet aan hun werk te denken
Ze denken aan het bed en aan de vrouw
Waar zij zo juist nog naast of op hebben gelegen
Er is nog hoop, de voetbalpool
De loterij, een oude oom waarvan iets valt te erven
Maar de sirene van de zaak
Blaast ook die droom aan scherven
Wim de Vries (1923 - 1994), geboren in Puttershoek, woonachtig in Dordrecht. Hij werkte als pijpenbuiger bij Fokker Papendrecht. In dit prachtige gedicht beschrijft hij de sfeer ’s morgens vroeg op het voetveer van Dordrecht naar Papendrecht.